Top Navigation Bar

 Menskracht Pagina: 2 van 2


Hoe werken je spieren (vervolg)?

Duizenden dunne spaghetti-achtige vezels vormen het spierweefsel. Deze vezels ontvangen boodschappen vanuit de hersenen om samen te trekken. De belangrijkste spieren die tijdens het fietsen aan het werk zijn zijn de quadriceps en de hamstrings in het bovenbeen, en de gastrocnemius en soleus in de kuit. Deze spieren wisselen elkaar af tijdens het trappen op de pedalen.


Muscle Animation
Tijdens het fietsen doen de quadriceps en de hamstrings het meeste werk.

Anaerobisch versus Aerobisch

Aan de ene kant sturen de hersenen berichten naar de spieren, maar wat voorziet de spieren van brandstof tijdens de duizenden samentrekkingen die ontstaan tijdens langdurig fietsen? Je hebt misschien wel gehoord van de termen aerobisch en anaerobisch. Deze termen beschrijven twee manieren waarop je spieren energie krijgen.

Bij een aerobische-beweging worden de spieren voorzien van zuurstof; ook worden glucose en vetzuren via het bloed vervoerd om adenosine triphosphate of ATP te produceren. ATP is de bron die het de spieren mogelijk maakt samen te trekken. De mogelijkheid om op de aerobische manier te bewegen hangt af van de aanvoer van zuurstof en brandstofmoleculen (glucose- en vetzuren) naar je spieren. Dit hangt samen met de inademing en circulatie waar je hart en longen voor zorgen.

Bij anaerobische oefening werken spieren op glycogeen (ontstaan uit glucose) die ze omzetten in ATP.Tijdens dit type van inspannende oefening produceren de spieren energie zonder zuurstof; het hart-en-vaten stelsel is niet in staat aan de vraag te voldoen. Er moet een prijs betaald worden om anaerobisch te bewegen; er ontstaat een afvalproduct, namelijk melkzuur. Dit zuur zorgt voor het brandende gevoel in je spieren en voor sneller vermoeide spieren.

Tijdens wedstrijden zijn fietsers zich erg bewust van hun fysieke grenzen en proberen hun beperkte anaerobische capaciteit strategisch te gebruiken. Ruthie Matthes zegt:
"Een van de moeilijkste dingen van mountain bike-racen is het moment dat je een sprint inzet. De eerste persoon die er vandoor fietst of die een sprong in het veld maakt heeft een voordeel vanaf het begin van de start dat hij in een anaerobische zone binnen gaat. Dat kan erg moeilijk zijn. We moeten ons lichaam trainen om zich daarop in te stellen."

Two Champions
Fiets-instituut van Amerika.

Een verhaal van twee kampioenen.

De training van wielrenners heeft veel veranderingen ondergaan in de afgelopen honderd jaar, ook zijn de wetenschappelijke en medische kennis over de athletische prestatie van de mens verbeterd.

Major Taylor, een van de eerste Afrikaans-Amerikaanse wielrenners, was tussen 1890 en 1900 de snelste wielrenner ter wereld. Wat niet in de meeste geschiedenisboeken staat is hij ook de best betaalde athleet van zijn tijd was. Hij werd wel de "Ebony Streak"(snelle neger), genoemd. Als voorbereiding voor wedstrijden reed hij lange afstanden, en een matig gewichtheffen voor algemene conditie, gevolgd door sprintwerk op de weg nodig voor de kracht om te winnen. De meeste training van Taylor wordt geleid door zijn eigen ervaring, als een klein wetenschappelijk gegeven ontstaan uit de natuur van de prestatie.

Miguel Indurain, de Baskische wielrenner die onlangs ontslag heeft genomen, won vijf maal de Tour de France achter elkaar, van 1991 t/m 1995. Hij werd getraind volgens geavanceerde kennis van fysiologie. Door tegenstanders werd hij "buitenaards" genoemd door zijn overweldigende kracht en zijn emotieloze houding tijdens het rijden.
Indurain's training is ontwikkeld door dokters en fysiologen waarbij zijn prestatie voortdurend werd gecontrolleerd door het gebruik van hartslag-monitoren, krachtspanning-meters, bloedtesten en lichamelijke onderzoek. Door nauwkeurige planning, was Indurain in staat om elk jaar de topconditie te bereiken voor de Tour.




Ruthie Matthes
RealMedia Clip
Ruthie Matthes aan het woord over het dieet van de mountainbiker.

Langzame en snelle trekvezels

Elke spier heeft twee soorten vezels; snelle trekvezels bewegen twee tot drie keer sneller dan langzame trekvezels, maar deze zijn sneller vermoeid. Snelle trekvezels worden vanzelfsprekend gebruikt voor sprinten en snelle stijgingen, de langzame trekvezels worden gebruikt voor lange afstanden en matige inzet.



De meeste mensen hebben voor de helft langzame en voor de helft snelle trekvezels in hun spieren. Maar ook hier spelen de genen weer een rol. Sommige lange afstand renners hebben 80% langzame trekvezels, terwijl sprinters meer snelle trekvezels hebben.

De drijfveer om te fietsen

De genen spelen een grote rol in de beslissing of een wielrenner een kampioen zal worden of niet, maar de drijfveer te winnen en te wedijveren moet ook aanwezig zijn. Lange uren van training en intensieve competie vereist van de fietser extreme vastberadenheid. Daarnaast vereist het wedstrijdfietsen om tot in de details te gaan van afgestemde technieken.


Mensen die zich per fiets verplaatsen of recreatief fietsen hebben niet die extreme aandrang van een prof wielrenner, maar toch zorgt het fietsen voor bijna iedereen voor uitdaging- en voldoening. Fietsers beamen dat fietsen niet alleen de fysieke gezondheid verbetert maar ook de mentale kant. De gevoelens van voldoening en van onafhankelijk-heid zijn gevoelens die elke fietser deelt. Daarom is fietsen voor de meeste mensen waarschijnlijk meer dan alleen een sport of een manier van transport... het is een passie.  Mount Tam
AFBEELDING BESCHIKBAAR GESTELD DOOR LOGAN KELSEY


 Menskracht Pagina: 2 van 2
Klik hieronder op Verder voor de volgende pagina

Bottom Navigation bar
©1997-1999 The Exploratorium / Vertaling: newMetropolis